Anders kijken en anders denken

Ik deed een PhD… en dit heb ik ervan geleerd (5)

In mijn promotieonderzoek probeer ik uit te vogelen wat ‘sensemaking’ is (making sense of sensemaking). De dubbelzinnigheid die we tegenkwamen in de vorige blog geeft aanleiding tot nieuwe betekenisgeving.

In de vorige blog schreef ik dat sensemaking voor Weick een individuele activiteit was, terwijl hij organiseren meer als een sociale activiteit zag. Daar kwam hij later wel enigszins op terug. Beschreef hij sensemaking in zijn boek over ‘organizing’ uit 1979 nog als een cognitieve activiteit in het hoofd van een ‘sense-maker’, in zijn latere boek over ‘sensemaking’[i] wordt het meer als een sociale activiteit gepresenteerd waarbij betekenis ontstaat tussen mensen (bijvoorbeeld via taal).

Je zou zeggen: wat is het nou? Of kan het ook beide zijn?

Laten we beginnen met dat laatste. Je kunt je voorstellen dat betekenis eerst in het hoofd van een individu ontstaat (wordt gemaakt), die dat vervolgens deelt (communiceert) met anderen. Maar deze manier van kijken naar betekenisgeving en communicatie geeft meteen een aantal problemen. Zo ontstaat er een volgordelijkheid in betekenisgeving: eerst in het hoofd van een individu, dan tussen de hoofden van verschillende individuen door middel van communicatie. Dat klinkt logisch, en zo hebben we het eigenlijk ook altijd geleerd. Maar de kracht van het concept ‘sensemaking’ is nu juist dat het als één proces wordt gezien, dat bovendien per definitie sociaal is. 

Pragmatisme

De inspiratie voor dit idee vond Weick in het Amerikaanse pragmatisme, met name in de filosofie van George Herbert Mead. Volgens het pragmatisme ligt de betekenis van ideeën in de acties die ze veroorzaken, dat wil zeggen in hun zichtbare effecten in de praktijk (vandaar de naam pragmatisme). Zoals een van de leidende figuren van het pragmatisme, Charles Sanders Peirce, schreef: ‘Consider what effects, that might conceivably have practical bearings, we conceive the object of our conception to have. Then, our conception of these effects is the whole of our conception of the object’.[ii]

Op basis van deze ‘maxime’ van het pragmatisme ontwikkelde Mead een sociale theorie die de sociale handeling (social act) ziet als de basis voor betekenisgeving. Mead beschrijft deze sociale handelingen in termen van een ‘conversation of gestures’ (een conversatie van gebaren). Hierbij ontstaat (emergeert) betekenis uit de wisselwerking tussen het gebaar van de een, de reactie van de ander (ook een gebaar), en de daaropvolgende tegenreactie van de eerste betekenis. Als bijvoorbeeld een hond zich agressief gedraagt ten opzichte van een andere hond (hij gromt, laat zijn tanden zien) en deze tweede hond reageert daar agressief op (terug grommen, ook zijn tanden laten zien), dan ligt de betekenis van het eerste gebaar in de reactie van de eerste hond op de reactie van de tweede: nog meer grommen, terugdeinzen… Of eigenlijk ligt de betekenis in het spel (‘interplay’) van actie, reactie, en re-reactie.

Niet bewust

Wat Mead met het voorbeeld van de honden mooi laat zien is dat betekenisgeving niet alleen tussen mensen ontstaat, maar ook tussen andere dieren. Bovendien illustreert het dat betekenisgeving niet altijd bewust hoeft plaats te vinden. De vraag die dat oproept is hoe wij mensen ons dan toch bewust kunnen zijn van de betekenis die ontstaat, en bijvoorbeeld ‘bewust’ een bepaalde handeling kunnen uitvoeren. 

Ook daar heeft Mead een interessante oplossing voor bedacht. Volgens hem is het menselijke centrale zenuwstelsel zo ontwikkeld dat het in zichzelf dezelfde reactie kan oproepen op zijn gebaren als het bij een ander zou doen. Dat noemt Mead: ‘taking the attitude of the other’, de houding van de ander innemen. Daardoor kunnen wij mensen een conversatie van gebaren met ‘onszelf’[iii] voeren, en betekenis geven aan handelingen die (nog) niet hebben plaatsgevonden. Deze gebaren, die dus betekenis hebben gekregen in het bewustzijn, noemt Mead ‘significant symbols’ (betekenisvolle symbolen).

In de rij staan voor de kassa

Op basis van deze sociale theorie zal Harold Garfinkel later zijn methode van ‘etnomethodologie’ (wiki: ethnomethodology) ontwikkelen dat een belangrijke inspiratiebron vormt voor Weick’s concept van sensemaking. Etnomethodologie gaat over de methodes waarmee leden van een samenleving of organisatie een betekenisvolle ordening van het alledaagse leven creëren en daar tegelijk rekenschap van afleggen. Bijvoorbeeld in de rij staan voor de kassa: ieder neemt zijn of haar positie in ten opzichte van de ander en zegt daarmee (vaak zonder iets te zeggen!): ik sta in de rij, en ik ben na deze mevrouw aan de beurt. Dus wij vormen een rij (een betekenisvolle ordening) door onze lichamen te positioneren ten opzichte van andere lichamen, en die positie bepaalt (althans voor een deel) onze identiteit (ik ben de tweede in de rij). Daar kun je woorden aan geven (“Ik ben na die mevrouw aan de beurt”, of je kunt bijvoorbeeld boos worden op iemand die voordringt en roepen: “Hé, achteraan sluiten, hè!”), maar dat hoeft niet. Je bent je vaak niet eens bewust van wat je doet.

Ik wed dat als je de volgende keer weer eens in de rij staat, bijvoorbeeld op Schiphol, je daar na het lezen van dit stukje toch anders betekenis aan geeft. Een leuke vraag om tijdens het wachten over te mijmeren is: sta je in de rij, of ben je de rij?

Een sociaal proces

Wat Mead en Garfinkel dus zeggen is dat betekenisgeving per definitie en altijd een sociaal proces is, dat niet zozeer plaatsvindt in ons hoofd, maar tussen lichamen die zich positioneren ten opzichte van andere lichamen. En dus, als Weick het heeft over sensemaking (‘hoe kan ik weten wat ik denk totdat ik zie wat ik zeg?’), dan heeft hij het eigenlijk alleen maar over het bewuste deel van betekenisgeving, wat waarschijnlijk maar een heel klein deel ervan is. En ook wat er gecommuniceerd wordt tussen mensen door middel van taal is maar een klein gedeelte van wat er zich afspeelt tussen mensen (of beter: tussen lichamen, die mens worden (man, vrouw, manager, kind) in de betekenis die ontstaat in de interactie van lichamen). 

En voor de duidelijkheid: een organisatie is een zelfde soort ordening als een rij voor de kassa, alleen dan vele malen complexer. En dus is het proces van betekenisgeving een vorm van organiseren. In dat proces van organiseren krijgen lichamen die zich verhouden tot andere lichamen de betekenis van ‘manager’, ‘medewerker’, ‘HR-deskundige’ et cetera. Maar deze betekenis verandert voortdurend, en is dus nooit definitief.

Ik hoop dat ik met deze betekenisvolle symbolen een reactie heb weten los te maken in het lijf van de lezer, waardoor er mogelijk nieuwe betekenis is ontstaan. En ik houd me altijd aanbevolen voor een tegen-reactie, het liefst door middel van eveneens betekenisvolle symbolen. Dat helpt mij weer om betekenis te geven aan wat ik heb geschreven.

Ik deed een PhD… en dit heb ik ervan geleerd

‘Ik deed een PhD… en dit heb ik ervan geleerd’ is een tweewekelijkse serie blogs en artikelen waarin ik de lessen van mijn promotieonderzoek (zowel het proces, de inhoud als een mogelijk vervolg) deel. Je kunt ze volgen door je te abonneren op de nieuwsbrief van de organisatiefilosoof of de LinkedIn-nieuwsbrief met dezelfde naam. Delen wordt zeer gewaardeerd. Mocht je zelf overwegen een promotieonderzoek te gaan doen en heb je vragen: je kunt me altijd benaderen via ben@organisatiefilosoof.nl.


[i] Weick (1995), Sensemaking in Organizations.

[ii] Peirce (1878), How to make our ideas clear.

[iii] Dat ‘zelf’ is dan wel gevormd en wordt voortdurend opnieuw gevormd in de conversatie van gebaren met anderen.

2 reacties

  1. Jacob van der Wal

    Machtig interessant.
    Doet mij ten eerste beseffen hoeveel content? er alleen al weg lekt door het gebruik van taal. Waar taal als zodanig bij communicatie? tussen lichamen maar een beperkte rol speelt.
    Natuurlijk! is betekenis-geving een sociale activiteit. Wij zijn sociale wezens.
    Heel bijzonder te lezen hoe ons brein (zenuwstelsel?) autonoom een passende (vanuit de ander) reactie kan oproepen.
    Maar eens herlezen (wil ik hier grip/ controle op krijgen?) en – zijn er al weer 2 weken voorbij 🙂

    • Ben Kuiken

      Dank voor je reactie, Jacob. Een gedachte die het bij mij oproept: je zegt: weglekt. Dat zou suggereren dat betekenis verloren gaat, maar dat is een waardering. Je zou ook kunnen zeggen dat juist in het weglekken de waarde zit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2024 De Organisatiefilosoof

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑